Aan: mevrouw/meneer de Pendelaar - 

Verhaaltjes voor jouw treinreis of busrit

gallery/26-10-2018

Eventjes terug in Afrika

In de trein observeer ik de mensen: een dame zit te lezen op haar e-reader, een jongen zit met zijn koptelefoon op zijn oren naar buiten te kijken, een meneer leest de krant en heel veel reizigers zitten te tokkelen op hun smartphone. Iedere rit datzelfde liedje, ieder voor zich, serieuze gezichten, geen glimlach te bespeuren, geen goedemorgen of zelfs geen sorry als ze je duwen. Allemaal op weg naar het werk of naar school. Wel, de meerderheid toch. Iedereen voor zich dus.

 

Vanavond moest ik voor de laatste keer deze week de trein nemen en voor het eerst heb ik ervan genoten. Ik zette me neer op een plaats van vier. Meteen daarna plofte er een zwarte, goedgevormde vrouw neer met haar zoontje van twee. Ze gooide haar Afrikaanse valies op het bagagerek en zette haar voet op de zetel naast mij. Dat jongetje keek naar me en begon meteen te lachen, heel mooi kindje trouwens. Plotseling nam de vrouw haar valies van het rek en deed hem open op het tafeltje voor me. Ze pakte er al haar Afrikaanse kleren uit, vouwde ze open en vervolgens terug dicht. Ze was er fier op. De valies schoof een beetje van tafel en ik zette ze terug hoe het hoorde. De vrouw bedankte me en toen zag ik het moment om haar te vragen waar ze vandaan kwam. En ja hoor, onze babbel was begonnen. Ze kwam van Nigeria. Ze had haar familie gezien. Haar zus had die kleren gemaakt voor haar man en kinderen. Ze was op weg naar Tienen en ze woonde er al vijf jaar. Dit alles vertelde ze met een mooie, verlegen glimlach. Terwijl ik haar hielp met de overvolle valies terug te sluiten, vertelde ik snel iets over mezelf, want de trein kwam aan in het station van Leuven. We hadden zeker nog veel meer gebabbeld en dan was het net geweest of we elkaar al jaren kenden.

 

Het komt erop neer dat de meeste Belgen in hun eentje in dit land leven. In al die drukte vormen ze hun eigen leven en de rest kan hen niet schelen, lijkt het. Huisje, tuintje, kindjes en naar het werk gaan om dat allemaal te kunnen betalen. De Afrikanen zijn daarentegen veel opener en vriendelijker. Ze zien er veel gelukkiger uit dan wij hier, ook al hebben ze al veel meer onplezierige dingen meegemaakt. Waarom zijn ze anders naar hier gekomen, denkt u? Ik vind dat zonde… We zouden zo dankbaar moeten zijn dat we hier in ons landje echt alles hebben om gelukkig te zijn, maar daar staan we nooit bij stil omdat we er zogezegd geen tijd voor hebben. Dus wanneer u de trein neemt, zeg dan eens goedemorgen of goedenavond, glimlach even als er naar u wordt gekeken. Wees hoffelijk en u zult merken dat u daar zelf gelukkiger van zult worden. Uw gebaar zal dikwijls beantwoord worden, daar kunt u zeker van zijn. 

 

Heb je zin om meer van deze korte, luchtige en vlotte verhaaltjes te lezen? Klik dan hier! 

 

Mijn boekje staat ook in de bibliotheken van Herent, Asse en Leuven, te wachten om gelezen te worden. Veel leesplezier :-) 

De schoonheid van de eenvoud

gallery/tweede boekje

Shh!

Na de strijk, de was en de plas zei ik tegen Dréke: ‘Kom schat, we gaan naar het kasteel van Arenberg, even onze batterijtjes opladen in alle rust en kalmte.’ 

 

Dréke sprong recht: ‘Heel goed idee Bieke!’ en hup, weg waren we, met de bus naar het kasteel. Niet ver, maar toch ver genoeg om even geen auto’s, bussen, ziekenwagens en ander overbodig lawaai te moeten aanhoren. We kwamen toe, stapten al puffend uit de veel te warme bus, maar van zodra we beseften waar we waren, kwam er een bevredigende diepe zucht uit onze longen. 

 

‘Toch zalig hier, hé Bieke, zo in die rust. Dat zouden we vaker moeten doen, zelfs in de week.’ 

 

‘Misschien gaan we dat ook doen, hé Dréke, maar kom, we gaan even tot de tuin vlak bij het kasteel, daar kunnen we hopelijk in de schaduw zitten.’

 

We stapten rustig tot daar, hand in hand, romantisch kort wandelingetje. Ik keek wat verder dan de grote tuin en riep uit: ‘Hé schat, kijk de poort van het kasteel is open. Kom, we stappen nog wat verder.’

 

Dréke liep plotseling veel sneller. Die had er ook zin in, eventjes in de tijd terug. 

 

‘Dat is een kasteel van de zestiende eeuw Bieke, kijk die ramen hoe prachtig en het gebouw op zich, wat dáár allemaal gebeurd is.’

Hij begon te vertellen, mijn privégids, terwijl we gingen zitten op een bankje in de zon. Een tijdje later zagen we studenten in het kasteel binnenstappen.

 

‘Gaan we ook eens naar binnen, Bieke?’ 

 

‘Ja, maar niet te lang hé, schat, en niet treuzelen want dan krijg ik weer zeer aan mijn rug.’ 

 

‘Is goed Bieke, kom, follow me.’

 

Hij deed de zware houten deur open en keek meteen naar het plafond. ‘Mooi hé, die plafondschilderingen, ja, wat ik zei is juist: dat is van de zestiende eeuw.’ Hij babbelde weer verder. ‘Zullen we eens naar boven gaan, schat, dan zien we nog meer.’ 

 

‘Met de trap?’ 

 

'Neen, kijk, daar is een lift.’

 

 ‘Ah oef, dan kunnen we de lift pakken.’ 

 

Op de eerste verdieping was niet veel te zien maar op de tweede verdieping wel. Prachtige houten daken, zo met dikke, stevige balken. Een heel grote ruimte was het met hier en daar een student en een laptop. Ideale plaats om te studeren.  

 

Dréke zei plots, veel te luid: ‘Kijk Bieke, hoe schoon, doet me denken aan het huis van mijn moeder.’ 

 

‘Shh, schat, je spreekt veel te luid,’ fluisterde ik. 

 

‘Wat zeg je?’ Natuurlijk verstond hij me niet. Als ik gewoon spreek, dan verstaat hij me dikwijls ook niet dus als ik fluister, al helemaal niet! Ik plaatste mijn vinger op mijn mond, het shh-gebaar – maar hij bleef nog te luid spreken. 

 

‘Oké schat, kom we hebben het gezien hier.’ 

 

‘Goed Bieke, let’s go!’ Op weg naar de trap, zag ik een drankautomaat staan, Dréke ook want hij zei meteen: ‘Zullen we hier een colaatje kopen, ik heb dorst.’ 

 

‘Goed idee, schat,’ zei ik nog steeds al fluisterend terwijl ik zocht naar kleingeld. Het was 1 euro 10 cent, veel goedkoper dan een drankje op een terras. Ik stak het geld in de automaat, nog steeds denkende aan die gemotiveerde studenten vlakbij, maar nadat ik op het knopje gedrukt had om een cola zero te kopen (bevat minder suiker dan een gewone cola nietwaar), schrokken we ons allebei een ongeluk.

 

Wat een lawaai, zeg, toen dat blikje in de bak onderaan de drankautomaat viel! Mijn hart stond bijna stil. Dit terwijl ik juist geen lawaai wou maken. Ik draaide me naar Dréke toe, die stond te lachen, lag bijna op de grond bij manier van spreken. Ik keek achter me, en die studenten zaten naar ons te kijken. Tja, we hadden hun uit hun concentratie gehaald ocharme. Hup, wij allebei vlug in de lift, en voordat we het wisten stonden we buiten in de binnentuin van het kasteel.

 

'Wat is het hier toch zalig, hé schat, buiten in de tuin,’ zei ik terwijl ik het blikje opendeed. ‘En wat een lekkere cola zero is dat!’

 

‘Ja, dat heeft me nog nooit zo goed gesmaakt,’ lachte Dréke. Hij omarmde me en vervolgde: ‘Wij maken nogal eens iets mee hé, Bieke, wat voel ik me jong en zo gelukkig met jou!’ Ik ook, dacht ik en gaf hem een dikke zoen.

 

Wat is het toch fijn om zo gelukkig en verliefd te zijn!

 

Zin in meer ? 

Klik dan hier! Veel leesplezier :-)