gallery/meadowlark-437252_640

Onder de Boom (Schrijverspunt.nl - juli 2019)

Zoals iedere ochtend, na een snel ontbijt met koffie van de vorige dag, deed Albert zijn versleten donkerblauwe jas aan en stapte hij in zijn zwarte sneakers. Hij zette zijn zwarte hoed op, om zijn kaalheid te verbergen, en begaf zich naar de buitendeur. Albert bukte zich een beetje toen hij naar buiten stapte en trok de deur dicht van zijn klein appartementje. En weg was hij. Richting park. 

 

Zijn dokter had hem aangeraden om iedere dag, liefst zo vroeg mogelijk, wat aan zijn conditie te doen. En dat deed hij al sinds hij met pensioen was. Het park was niet ver, maar wel heel groot. Het leek wel een bos. Hij genoot er steeds weer van: die geur van het gras, de verschillende kleuren groen van al die mooie bomen en de vogeltjes die hem iedere keer opnieuw gezelschap hielden met hun prachtig getjilp. Ongeveer het enige gezelschap sinds jaren. 

 

Halverwege zijn wandeling, en tevens ook in het midden van het park, stond een versleten bankje, vlak onder de grootste boom die hij ooit gezien had. Daar nam Albert altijd een pauze, keek hij naar de vijver aan de overkant en observeerde de eendjes die hij jammer genoeg sinds vorig jaar niet meer mocht voederen. 

 

Tot nu toe was er geen mens te bespeuren in het park zo vroeg in de ochtend en zeker niemand die op het versleten bankje zat. Vandaag was een uitzondering. 

 

Albert zag een oud, tenger vrouwtje in het wit gekleed. Ze staarde voor zich uit. Of keek ze naar hem? Wat jammer, dacht hij eerst, mijn plaats is ingenomen. Hij twijfelde. Zou hij verder stappen of … ? Toen hoorde hij zijn naam roepen. Het was het vrouwtje! Hoe kon ze zijn naam weten? Albert kende haar helemaal niet. Hij twijfelde niet langer en stapte naar haar toe. 

 

Ze begroette hem heel vriendelijk en gebaarde dat hij naast haar moest komen zitten. Albert nam voorzichtig plaats, maar vreesde dat het bankje het ieder moment zou begeven. ‘Je hoeft niet bang te zijn, Albert,’ zei het vrouwtje: ‘ik weeg geen gram, hoor!’ Aarzelend vroeg Albert hoe het vrouwtje zijn naam kende. 

 

‘Mijn liefste Albert, ik ben jouw tante. Je hebt me nooit gekend. Toen je geboren was, ben ik vertrokken naar het zuiden. Daar heb ik heel mijn leven gewoond. En daar ben ik ongeveer een maand, ja zoiets, een maand geleden, gestorven. Het was heel makkelijk om je te vinden, mijn lieve Albert, ik zag je hier iedere ochtend zitten, op dit bankje, onder deze grote boom. Net zoals je vandaag weer van plan was.’ 

 

‘Ik kom je nog iets zeggen vooraleer ik vertrek naar het hiernamaals: geniet van je leven, Albert. Ga vrijwilligerswerk doen of zo, leer toffe mensen kennen, spreek af met vrienden van vroeger, blijf bewegen en vooral: wees gelukkig want dit leven op aarde is zo voorbij! Alleen zijn is maar alleen en het leven is veel te kort om triestig te zijn.’ 

 

Albert deed even zijn ogen dicht om dit alles te verwerken. Toen hij ze terug opendeed, was het oude vrouwtje verdwenen. Zijn tante was er niet meer. Wat een wijze raad had hij zonet gekregen onder die prachtige boom in het midden van het park. Hij zou het aan niemand vertellen want wie zou hem geloven? Maar die raad ging hij zeker opvolgen. En wel heel snel. 

 

Hij sprong recht, stapte het park uit, richting huis. Albert stak de sleutel in de huisdeur, deed de deur open en zette zich neer. Vervolgens nam hij zijn gsm, die hij op de tafel had laten liggen, en belde naar zijn beste vriend, Alfons, die hij al jaren niet meer gezien of gehoord had. ‘Hey Alfons, ’t is hier Albert. Lang geleden hé? Werk jij nog altijd bij het Museum voor Schone Kunsten? Prima! Ik zou graag een handje willen toesteken. Ik had dit al veel eerder moeten doen!’ 

 

Albert hing op en voelde zich uitstekend. Wat was hij weer gelukkig en dit dankzij de babbel met dat oude vrouwtje, zijn tante, onder de grootste boom die hij ooit gezien had.

 

PS: ik heb geen prijs gewonnen maar ik vond het wel fijn om hiermee bezig te zijn :-)